Wielermuseum Klein-Sinaai: een uitnodiging om met open handen te leven

Share on facebook
Share on twitter
Share on whatsapp
Share on pinterest
Share on email
Share on linkedin

BIJ mijn bezoek aan het wielermuseum in de kerk van Klein-Sinaai krijg ik van diaken Jacques Van Daele en zijn vrouw Ann Gyselinck een medaille van de Onze-Lieve-Vrouw van de Fietsers, naar een ontwerp van de plaatselijke kunstenares Dédée Van Vlasselaer. “De Onze-Lieve-Vrouw staat afgebeeld met open handen en symboliseert perfect de filosofie waarvoor het wielermuseum staat: dankbaarheid voor alles wat geschonken wordt en een uitnodiging om met ‘open handen’ te leven. Op een bescheiden manier werken we aan een betere wereld!”

Welkom in een uniek museum met 550 truien, 40 fietsen, wielermemorabilia, krantenknipsels en talloze andere fietsattributen dat jaarlijks meer dan 2.500 bezoekers over de vloer krijgt.Het wielermuseum is een vervolg op een idee van Raf David. De toenmalige pastoor van de parochie raakte gecharmeerd door een Franse kapel ter bescherming van de fietsers gevestigd in het Franse Labastide d’Armagnac.

In 1996 werd daarom een grot/bedevaartsoord gebouwd voor de fietsers naast de kerk van Klein-Sinaai. Legendarische renners als Eddy Merckx, Lucien Van Impe, Alberto Contador, Francesco Moser, Fabian Cancellara, Remco Evenepoel, Wout Van Aert, Mathieu van der Poel en nog vele andere beroemdheden schonken een truitje. De collectie werd zo groot dat er moest uitgeweken worden naar de aanpalende kerk. Op die manier kreeg de kerk een nieuwe nevenbestemming als wielermuseum, dit alles goedgekeurd door het bisdom.

Elk nadeel heb zijn voordeel

Jacques Van Daele is voorzitter van het Comité O.L.V. van de fietsers dat het museum uitbaat en deel is van vzw ‘Klein-Sinaai leeft’. De kerkfabriek is eigenaar van het kerkgebouw. Het wielermuseum krijgt een ruimte – twee zijbeuken – toebedeeld in de kerk dankzij een fijne samenwerking.

De toekomst van de kerk van Klein-Sinaai hing begin deze eeuw aan een zijden draadje. “Op Paaszondag 2000 implodeerde de verwarmingsketel van de kerk met een enorme roetwalm tot gevolg, de witte muren blakerden zwart. Het kerkgebouw verkeerde jarenlang in een lamentabele toestand. Overleg tussen het bisdom en het huidige gemeentebestuur resulteerde uiteindelijk in het behoud van het gebouw. Vanuit de gemeente kwam de belofte om subsidies te verstrekken wanneer het wielermuseum een onderkomen kon vinden in de kerk. Het bisdom ging akkoord mits het liturgische karakter overeind bleef. De ‘redding’ van de kerk bewijst de stelling van Johan Cruijff: ‘Elk nadeel heb zijn voordeel.’”

Iedere trui is welkom

Pal tegenover het wielermuseum nodigen de zon, gerstenat en het terras van Café De Oude Route uit om verder te keuvelen, passie voor de wielersport gekruid met filosofische wijsheden. “Er is een blijvende interesse in ons wielermuseum, van alle kanten komen er nog schenkingen binnen. Het is een wisselwerking: het enthousiasme van vele fiets- en wielerliefhebbers werkt aanstekelijk en zorgt voor nieuwe impulsen. Dat is de charme van het museum: mensen zijn fier om hun wielertrui te schenken. Ze ervaren de vreugde om te delen. Bij de start moesten we echt op zoek naar wielerattributen maar dat is nu al lang niet meer het geval. Ieder truitje is welkom zowel van een kampioen als van een wielertoerist. Kampioenen hebben wij nodig maar in essentie is het museum er toch vooral voor de ‘doorsnee’ wielertoerist.”

Tussen 1 april en 1 oktober kan je elke zondag van 14 tot 17 uur terecht in het Wielermuseum, met dank aan een tiental gepassioneerde vrijwilligers.